Vlaanderen verduidelijkt AI-gebruik door leerlingen
Het Kenniscentrum Digisprong van de Vlaamse overheid heeft een praktische uitleg gepubliceerd over de vraag vanaf welke leeftijd leerlingen generatieve AI kunnen of mogen gebruiken. Die vraag leeft op veel scholen, zeker in het basisonderwijs en de eerste jaren van het secundair onderwijs.
De kern van de uitleg is dat scholen onderscheid moeten maken tussen praten over AI, leren over AI en leerlingen zelf laten werken met generatieve AI-tools.
Leren over AI kan altijd
Ook jonge leerlingen kunnen leren wat AI is. Ze kunnen ontdekken dat AI voorspellingen doet, dat antwoorden fout kunnen zijn en dat digitale tools niet neutraal zijn. Daarvoor hoeven zij niet zelfstandig accounts aan te maken bij commerciƫle AI-diensten.
Dat is een belangrijk onderscheid. AI-geletterdheid begint niet bij het gebruik van ChatGPT of Gemini. Het begint bij begrijpen hoe zulke systemen werken en welke vragen je erbij moet stellen.
Gebruik vraagt om zorgvuldigheid
Wanneer leerlingen zelf met generatieve AI werken, spelen leeftijdsvoorwaarden, privacy, gegevensverwerking en toestemming een rol. Scholen moeten dus niet alleen naar de tool kijken, maar ook naar de leerlinggegevens die worden verwerkt.
Voor basisscholen en secundaire scholen betekent dit dat de DPO, directie en ICT-verantwoordelijke betrokken moeten zijn bij keuzes over AI-gebruik.
Praktische lijn voor scholen
Een bruikbare aanpak is:
- In de onderbouw vooral leren over AI.
- In hogere leerjaren begeleid oefenen met AI.
- Altijd duidelijk maken welke data niet ingevoerd mag worden.
- Ouders informeren als AI structureel wordt ingezet.
Zo wordt AI geen verboden mysterie, maar een onderwerp waar leerlingen veilig en kritisch mee leren omgaan.