Sluiten

Vijfniveaumodel maakt AI-afspraken per opdracht concreet

National University in Californië heeft een nieuw vijfniveaumodel gepubliceerd waarmee docenten per opdracht kunnen aangeven hoeveel AI-gebruik is toegestaan. Het model heet RAISE 5, voluit Rules for AI Scholastic Engagement, en loopt van actief oefenen met AI tot een volledige beperking van AI bij voorbereiding en uitwerking.

De aankondiging verscheen op 22 juli 2026; in het persbericht wordt 23 juli als lanceringsdatum genoemd. Het raamwerk is ontwikkeld binnen de Sanford College of Education, een grote Amerikaanse lerarenopleiding. De onderwijsinstelling wil het na een eerste toepassing binnen de lerarenopleiding breder gebruiken in andere opleidingen.

Voor Nederlandse en Belgische onderwijsprofessionals is vooral de aanpak interessant. RAISE 5 probeert de vaak te algemene vraag "mag AI hier?" te vervangen door een afspraak per opdracht. Dat kan duidelijkheid geven, maar het Amerikaanse model kan niet zonder aanpassing worden overgenomen.

Wat houden de vijf niveaus in?

RAISE 5 draait de gebruikelijke nummering om: niveau 1 geeft de meeste ruimte voor AI en niveau 5 de minste.

  • Niveau 5: AI is niet toegestaan bij voorbereiding, schrijven, quizzen of het eindproduct. Alleen eenvoudige spellingcontrole in de tekstverwerker mag.
  • Niveau 4: AI blijft beperkt tot taalverzorging, bijvoorbeeld spelling, woordkeuze, zinsbouw en het polijsten van een eindversie met een programma als Grammarly.
  • Niveau 3: AI mag helpen bij ideeën, informatie zoeken, schrijven en beeldgeneratie, maar de uiteindelijke tekst mag geen niet-verantwoorde AI-bijdragen bevatten.
  • Niveau 2: AI mag in meerdere fasen meewerken, waaronder brainstormen, samen schrijven, beelden of infographics maken en de eindversie ontwikkelen.
  • Niveau 1: AI-gebruik wordt onderdeel van het leerdoel of de opdracht, bijvoorbeeld door informatie te analyseren, voorbeelden te onderzoeken of met prompting te oefenen.

Volgens National University krijgt iedere opdracht vooraf een niveau. Docent en student weten daardoor voor de start welke ruimte er is. De instelling noemt het model "field-tested", maar publiceert bij de aankondiging geen onderzoeksopzet, aantallen deelnemers of resultaten van die praktijktest. Het is dus een nieuw beleids- en ontwerpkader, geen bewezen effectieve interventie.

De kans: minder grijs gebied per opdracht

De sterkste kant van het model is de schaal tussen volledig toestaan en volledig verbieden. Een verslag, oefentoets, bronnenanalyse en mondeling examen hoeven niet dezelfde AI-regels te hebben. De docent kan de ruimte koppelen aan het leerdoel: moet een student zelfstandig formuleren, feedback leren verwerken, een AI-uitkomst controleren of juist aantonen dat basiskennis zonder hulp beschikbaar is?

Dat is bruikbaar in VO, MBO, HBO en WO, waar studenten vaak per vak of docent met andere verwachtingen te maken krijgen. Ook in het PO kan het principe helpen, al ligt daar een eenvoudiger uitleg en meer begeleid gebruik voor de hand. Een zichtbaar niveau op de opdracht kan het gesprek verschuiven van opsporen en verdenken naar vooraf ontwerpen en verantwoorden.

Het model biedt ook ruimte voor differentiatie. Bij een oefenopdracht kan AI bijvoorbeeld uitleg of taalsteun geven, terwijl een afsluitende toets zelfstandig werk vraagt. Voor leerlingen en studenten met een ondersteuningsbehoefte moet wel apart worden vastgelegd welke hulpmiddelen als redelijke aanpassing beschikbaar blijven.

De risico's: een nummer is nog geen volledig beleid

De vijf niveaus lijken helder, maar de grenzen zijn in de praktijk niet vanzelfsprekend. Veel tekstverwerkers hebben inmiddels naast spellingcontrole ook functies voor herschrijven, samenvatten en genereren. Daardoor kan een tool tijdens dezelfde opdracht van niveau 4 naar niveau 2 schuiven. Ook de omgekeerde nummering kan verwarring geven: een "hoger" niveau betekent hier juist minder AI-vrijheid.

Daarnaast zegt een niveau nog niets over privacy, veiligheid of gelijke toegang. Leerlingwerk, persoonsgegevens, vertrouwelijke stagecasussen en niet-openbaar toetsmateriaal mogen niet zomaar naar een externe AI-dienst. Scholen en instellingen moeten bepalen welke tools zijn goedgekeurd, welke gegevens niet ingevoerd mogen worden, welke leeftijds- en accountvoorwaarden gelden en of iedere student dezelfde toegang heeft.

Ook brongebruik vraagt meer precisie dan de openbare uitleg biedt. Een AI-bijdrage noemen of citeren maakt de inhoud nog niet betrouwbaar. Studenten moeten gebruikte bronnen kunnen controleren, relevante prompts of bewerkingen toelichten en duidelijk maken welk oordeel van henzelf is. Bij summatieve en hoog-risicobeoordeling blijven menselijke controle, toetsregels, de AVG en de Europese AI-verordening leidend.

Zo maak je het bruikbaar voor je eigen onderwijs

Een school of opleiding kan het vijfniveaumodel als startpunt gebruiken, maar hoort per niveau extra afspraken toe te voegen:

  • beschrijf eerst welk zelfstandig denkwerk of welke vaardigheid de opdracht moet aantonen;
  • vermeld welke fasen AI wel en niet mag ondersteunen;
  • noem toegestane tools en verboden gegevens expliciet;
  • leg vast hoe studenten AI-gebruik, prompts, bronnen en eigen keuzes verantwoorden;
  • bied een gelijkwaardig alternatief voor wie geen passend account of apparaat heeft;
  • controleer beheersing zo nodig met een mondelinge toelichting of een korte taak zonder AI;
  • evalueer de niveaus regelmatig, omdat functies in dezelfde software snel veranderen.

Maak de afspraak bovendien zichtbaar in de opdracht zelf. Een algemeen AI-reglement in een studiegids is te ver weg van het moment waarop een leerling of student moet beslissen wat wel en niet mag.

De kern

RAISE 5 biedt een praktisch idee: behandel AI-gebruik niet als een ja-neevraag voor een heel vak, maar maak vooraf per opdracht duidelijk hoeveel ondersteuning past bij het leerdoel. De waarde zit in die gezamenlijke taal. Het gevaar is dat het niveau een schijnzekerheid wordt als afspraken over eigen werk, broncontrole, privacy, toegankelijkheid en toetskwaliteit ontbreken.

Voor Nederlandse en Belgische teams is dit daarom geen kant-en-klaar beleid, maar wel een bruikbaar gesprekssjabloon. Begin bij wat de leerling of student zelf moet leren en aantonen; kies daarna pas het passende niveau van AI-hulp.