Universiteit Twente legt AI-gebruik vast in onderwijsbeleid
De Universiteit Twente heeft instellingsbreed beleid vastgesteld voor verantwoord gebruik van generatieve AI in het onderwijs. Het beleid maakt menselijke academische beoordeling leidend en verdeelt de verantwoordelijkheid over bestuur, opleidingen, docenten, examencommissies, ondersteuning en studenten.
Dat is relevant voor het Nederlandse en Belgische hoger onderwijs, omdat de universiteit niet alleen algemene principes noemt. Ze vertaalt die naar curriculum, toetsing, kwaliteitszorg en transparantie. Zo is volledig geautomatiseerde summatieve beoordeling niet toegestaan en moeten studenten substantieel AI-gebruik documenteren.
Wat er nieuw is
De Universiteit Twente maakte de vaststelling op 4 september 2026 bekend. De definitieve beleidsbijlage, versie 6.3 van 29 juni, geldt voor alle UT-opleidingen en voor studenten, docenten, examinatoren, opleidingsmanagement, examencommissies en centrale ondersteunende diensten.
Het beleid bouwt voort op de bestaande kwaliteitszorg. De universiteit richt dus geen los AI-bestuur op, maar brengt AI onder de gewone evaluatiecycli, onderwijs- en examenregelingen en accreditatieprocessen. De uitgangspunten zijn verantwoordelijkheid, menselijk toezicht, transparantie, kwaliteit en toetsvaliditeit, eerlijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Opleidingen moeten bepalen waar AI past bij leeruitkomsten, leeractiviteiten en toetsing. Opleidingsdirecteuren doen dat samen met opleidingscommissies en, waar toetsing wordt geraakt, met advies van de examencommissie. De universiteit noemt AI-geletterdheid tegelijk een institutionele verantwoordelijkheid waarvoor centrale scholing en ondersteuning nodig zijn.
Van algemene regel naar concrete rollen
Docenten en examinatoren moeten AI-bewuste leeractiviteiten ontwerpen, per opdracht duidelijk maken welk gebruik is toegestaan en bewaken dat een beoordeling daadwerkelijk iets zegt over de prestatie van de student. Examencommissies controleren of toetsen individuele beheersing zichtbaar houden en grijpen in wanneer validiteit of integriteit in gevaar komt.
Studenten blijven verantwoordelijk voor de echtheid van hun werk en voor naleving van cursusregels. Wanneer AI is toegestaan, is transparantie verplicht. Bij substantieel gebruik moeten zij ten minste vastleggen welke tool en versie zijn gebruikt, met welk doel, hoe groot de bijdrage was en — als de cursus dat vraagt — relevante interacties zoals prompts.
UT stelt een vierdelige schaal als mogelijk hulpmiddel voor: geen AI; beperkte ondersteuning, bijvoorbeeld voor taal of feedback; co-creatie met duidelijke verantwoording; en een door AI gedomineerde uitkomst. Dat laatste niveau is volgens het beleid niet toegestaan bij summatieve beoordeling.
De kansen
Een instellingsbreed kader kan studenten duidelijkheid geven waar nu per docent verschillende verwachtingen bestaan. Docenten hoeven dan niet ieder voor zich fundamentele begrippen te bedenken, terwijl opleidingen nog steeds ruimte houden om afspraken te laten passen bij vak, niveau en leerdoelen.
AI kan volgens het beleid worden ingezet voor feedback, voorbereiding, leermaterialen en ondersteuning van leren, zolang een mens toezicht houdt en de uitkomst kritisch wordt beoordeeld. De winst zit daarmee niet alleen in tijdsbesparing. Goed ontworpen opdrachten kunnen studenten ook leren om AI-uitkomsten te controleren, bias en hallucinaties te herkennen, bronnen te verantwoorden en professioneel oordeel te ontwikkelen.
De koppeling aan de bestaande kwaliteitszorg is eveneens bruikbaar. Daardoor kan een opleiding periodiek onderzoeken of AI-gebruik leeruitkomsten versterkt, toetsing nog geldig is en studenten gelijke kansen houden. Het beleid wordt jaarlijks beoordeeld en een jaar na invoering wordt een evaluatie met de Universiteitsraad gedeeld.
Toetsing, privacy en toegankelijkheid
Verplichte transparantie lost toetsproblemen niet vanzelf op. Een lijst met prompts bewijst nog niet wat een student zelfstandig begrijpt. Opleidingen zullen daarom ook het toetsontwerp moeten aanpassen, bijvoorbeeld met tussenproducten, gesprekken, demonstraties of opdrachten waarin studenten keuzes en correcties toelichten.
Het beleidsdocument legt nadruk op privacy, auteursrecht, eerlijkheid en de Europese AI-verordening. Wanneer AI invloed heeft op beslissingen over cijfers, studievoortgang of andere uitkomsten voor studenten, moeten risico's worden geïdentificeerd en vastgelegd. Betekenisvol menselijk toezicht en de mogelijkheid om een beslissing te laten herzien blijven nodig.
Ook toegankelijkheid verdient praktische uitwerking. Studenten mogen niet worden benadeeld doordat zij een betaalde tool, specifieke taalvaardigheid of geschikte apparatuur missen. Een opleiding moet daarom niet alleen zeggen wat mag, maar ook zorgen voor een werkbaar alternatief en toegankelijke ondersteuning.
De universiteit heeft momenteel bovendien geen centrale licentie voor publieke tools als ChatGPT of Copilot. In haar actuele AI-dossier waarschuwt UT om geen persoonlijke, vertrouwelijke of onderzoeksgegevens in publieke AI-tools te plaatsen. Dat maakt duidelijk dat toestemming voor didactisch gebruik niet automatisch betekent dat iedere dienst voor iedere dataset geschikt is.
Wat teams nu kunnen afspreken
- Leg per opdracht vast welk niveau van AI-gebruik is toegestaan en waarom dat past bij de leeruitkomst.
- Vraag bij substantieel gebruik om tool, versie, doel, omvang van de bijdrage en relevante interacties.
- Controleer of een toets nog individuele kennis en vaardigheid zichtbaar maakt; voeg zo nodig procesbewijs of een mondelinge toelichting toe.
- Laat AI geen summatieve eindbeslissing nemen en borg menselijke herziening bij beslissingen over studenten.
- Behandel privacy, auteursrecht, toegankelijkheid en gelijke toegang als ontwerpvoorwaarden, niet als voetnoot.
- Beoordeel de afspraken jaarlijks met opleiding, docenten, studenten, examencommissie en ondersteuning.
De kern
De Universiteit Twente behandelt generatieve AI niet als een tijdelijk hulpmiddel of alleen als fraudevraagstuk, maar als een structureel onderdeel van onderwijs en kwaliteitszorg. Het belangrijkste signaal voor andere instellingen is de combinatie van ruimte en begrenzing: AI mag ondersteunen, terwijl leeruitkomsten, toetsvaliditeit, transparantie en menselijk academisch oordeel leidend blijven.