Summa ontwikkelt AI-module als beroepsvaardigheid
Summa maakte op 6 juli 2026 bekend dat vier onderwijsprofessionals een landelijke Comenius-beurs krijgen voor vernieuwende mbo-projecten. Eén daarvan is direct relevant voor AI in het onderwijs: Pepijn van Peppen van Marketing & Communicatie ontwikkelt met bedrijven uit het werkveld een beroepsgerichte AI-module, gebaseerd op het AI-go-model van Npuls.
Dat is geen grote landelijke beleidswijziging, maar wel een concreet signaal uit de onderwijspraktijk. AI wordt hier niet behandeld als losse tooltraining, maar als onderdeel van vakmanschap: studenten moeten leren werken met AI-toepassingen én leren hoe zij AI verantwoord, kritisch en professioneel inzetten in hun toekomstige beroep.
Waarom dit breder relevant is
Voor het MBO is dit precies de beweging die veel opleidingen nu moeten maken. Studenten komen in beroepen terecht waarin AI steeds vaker onderdeel wordt van klantcommunicatie, marketing, planning, administratie, analyse, ontwerp, techniek en zorgprocessen. Dan is "mag je ChatGPT gebruiken?" een te smalle vraag.
De betere vraag is: welk professioneel oordeel moet een student leren vormen wanneer AI meedenkt?
Een beroepsgerichte AI-module kan daarbij helpen. Niet door studenten simpelweg een lijst tools te geven, maar door AI-gebruik te koppelen aan het beroep, de kwaliteitseisen van het werkveld en de verantwoordelijkheid van de toekomstige professional. Voor een marketingstudent betekent dat bijvoorbeeld: output controleren, doelgroepen niet manipuleren, privacygevoelige informatie herkennen, brongebruik verantwoorden en uitleggen waarom een AI-voorstel wel of niet past.
De kans voor docenten en opleidingen
De kans zit in de koppeling met echte beroepssituaties. Als scholen samen met bedrijven voorbeelden ontwikkelen, kunnen studenten oefenen met AI zoals zij die later ook tegenkomen: als hulpmiddel bij een taak, niet als vervanging van vakkennis.
Voor docenten kan zo'n module houvast geven. In plaats van per opdracht opnieuw te onderhandelen over wel of geen AI, ontstaat er taal om AI-gebruik te beoordelen: wat deed de tool, wat deed de student zelf, welke keuzes zijn gecontroleerd en welke normen uit het beroep gelden hier?
Dat maakt AI-geletterdheid concreter. Studenten leren dan niet alleen prompten, maar ook beoordelen, begrenzen en verantwoorden.
De risico's blijven reëel
Juist bij beroepsgerichte AI-training is scherpte nodig. Een module kan onbedoeld te veel nadruk leggen op snelheid en productiviteit, terwijl studenten nog basiskennis, taalvaardigheid en vakmatig oordeel moeten opbouwen. Als AI te vroeg het denkwerk overneemt, lijkt het resultaat professioneel, maar weet de student onvoldoende waarom het klopt.
Ook toetsing vraagt aandacht. Als studenten AI mogen gebruiken in opdrachten, moet duidelijk zijn wat nog zelfstandig beheerst moet worden. Dat vraagt om processtappen, mondelinge toelichting, reflectie op AI-output en opdrachten waarin fouten herkennen net zo belangrijk is als een mooi eindproduct.
Daarnaast blijven privacy en afhankelijkheid belangrijk. Beroepssituaties bevatten al snel klantgegevens, bedrijfsinformatie of casussen. Studenten moeten dus leren welke gegevens nooit in een publieke AI-tool thuishoren en wanneer een instelling of leerbedrijf een veiligere omgeving moet gebruiken.
Wat schoolteams hiervan kunnen meenemen
Het interessante aan dit Summa-project is dat het AI niet als hype positioneert, maar als beroepsvaardigheid. Dat maakt de ontwikkeling ook relevant voor HBO en WO, en voor delen van VO waar loopbaanoriëntatie, profielwerkstukken of beroepsgerichte programma's spelen.
Een praktische les voor teams is: ontwerp AI-onderwijs vanuit het beroep of vak, niet vanuit de tool. Begin bij de vraag welke kwaliteit, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid je van studenten verwacht. Daarna pas bepaal je welke AI-hulp daarbij past.
Als de resultaten van dit Comenius-project later met andere mbo-instellingen worden gedeeld, kan het een bruikbaar voorbeeld worden voor opleidingen die AI niet willen verbieden, maar ook niet vrijblijvend willen toelaten.