Sluiten

Scholen moeten AI niet opnieuw door Big Tech laten dicteren

AI komt scholen binnen met een vertrouwd verhaal: leerlingen moeten de technologie leren gebruiken om niet achter te raken, en de bedrijven erachter leveren daar graag het lesmateriaal voor. The Verge laat zien dat dit niet de eerste keer is dat Big Tech zo invloed probeert te krijgen op het onderwijs.

In een gesprek naar aanleiding van haar boek Coding Kids beschrijft New York Times-journalist Natasha Singer hoe technologiebedrijven de afgelopen vijftien jaar computeronderwijs en digitale schoolplatforms mede vormgaven. Voor Nederlandse en Belgische onderwijsprofessionals is de actuele les helder: bepaal eerst wat leerlingen moeten leren en laat daarna pas een leverancier zien welke rol AI daarin kan spelen.

Wat er nieuw is

The Verge publiceerde het artikel op 10 september 2026. Journalist Lauren Feiner sprak Singer over haar onderzoek naar de opkomst van computer science-onderwijs. Volgens de reconstructie maakten bedrijven als Apple en Microsoft lesprogramma's voor Advanced Placement Computer Science Principles, vaak rond hun eigen gereedschap. Google bouwde tegelijk een sterke positie op met Chromebooks en Classroom. Daardoor stond het bedrijf al midden in veel scholen toen generatieve AI doorbrak.

Singer trekt een parallel met de huidige AI-golf. Ook nu beloven AI-bedrijven dat leerlingen de technologie snel moeten leren gebruiken en bieden ze scholen curriculum, platforms en ondersteuning aan. Haar kritiek richt zich niet op technologieonderwijs als zodanig, maar op de vraag wie bepaalt welke kennis en vaardigheden centraal staan.

De bron is journalistieke verslaggeving en een interview rond een boek, geen onafhankelijk effectonderzoek naar AI in de klas. De historische voorbeelden en Singers interpretatie moeten daarom niet worden gelezen als bewijs dat iedere samenwerking met een technologiebedrijf schadelijk is. Ze maken wel een concrete governancevraag zichtbaar.

De kansen

Scholen kunnen AI-geletterdheid breder maken dan een cursus prompts of een uitleg van één chatbot. Leerlingen kunnen onderzoeken hoe trainingsdata, interfaces, aanbevelingen en verdienmodellen keuzes sturen. Ze kunnen vergelijken waarom verschillende systemen andere antwoorden geven, wie een platform ontwerpt en welke belangen in een lesmethode of standaardinstelling zichtbaar zijn.

Voor PO en VO past dit bij digitale geletterdheid, burgerschap en kritisch mediagebruik. In het MBO, HBO en WO kan het gesprek worden verbonden aan beroepsethiek, informatievaardigheden en de vraag wie eigenaar blijft van data, werkprocessen en professionele beslissingen. Zo leren studenten AI niet alleen bedienen, maar ook beoordelen en zo nodig weigeren.

Er is ook ruimte voor samenwerking met leveranciers. Een bedrijf kan expertise, apparatuur of materiaal bijdragen, zolang de school het leerdoel, de selectiecriteria en de evaluatie bepaalt. Open standaarden, meerdere bronnen en materiaal dat zonder één account bruikbaar blijft, houden die keuzevrijheid groter.

Het risico van een herhaald patroon

Een gratis curriculum of apparaat verlaagt de drempel, maar kan ook een ecosysteem vanzelfsprekend maken. Leerlingen oefenen dan niet alleen een vaardigheid; ze raken vertrouwd met de producten, begrippen en werkstromen van één leverancier. Dat kan overstappen moeilijker maken en de onderwijsinhoud laten meebewegen met een commercieel belang.

De belofte dat AI-vaardigheden nodig zijn voor de arbeidsmarkt verdient bovendien dezelfde kritische behandeling als eerdere beloften rond leren programmeren. Arbeidsmarktvoorspellingen veranderen, en onderwijs heeft bredere doelen dan directe inzetbaarheid. Leerlingen moeten ook leren samenwerken, bronnen wegen, verantwoordelijkheid nemen en hun eigen interesses ontwikkelen.

Daar komen bekende AI-risico's bij. Een tool kan foutieve uitleg geven, ongelijkheid versterken of leerlingen afhankelijk maken van automatische hulp. Bij leerlinggegevens, vertrouwelijke opdrachten en toetsmateriaal moeten scholen vooraf weten wat wordt opgeslagen, wie toegang heeft en of gegevens voor modeltraining of andere commerciële doelen worden gebruikt. Een leverancier die een lesmethode sponsort, krijgt daarmee niet automatisch zeggenschap over leerlingdata of beoordeling.

Wat teams nu kunnen afspreken

  • Beschrijf eerst het leerdoel en de gewenste leerlingvaardigheid; kies pas daarna een tool, platform of leverancier.
  • Vraag bij gesponsord of gratis materiaal wie het heeft gemaakt, welke producten erin centraal staan en welke belangen meespelen.
  • Leer leerlingen zowel AI gebruiken als AI bevragen: laat ze uitkomsten controleren, ontwerpkeuzes onderzoeken en alternatieven vergelijken.
  • Houd onderwijsinhoud, leerlingdata en toetsbeslissingen onder regie van de school en de bevoegde professional.
  • Kies waar mogelijk voor exporteerbare bestanden, open standaarden en lessen die ook zonder één leverancier uitvoerbaar zijn.
  • Evalueer niet alleen gebruik en tijdwinst, maar ook begrip, zelfstandigheid, toegankelijkheid, privacy en de ruimte om te stoppen.

De kern

De geschiedenis van computeronderwijs en schoolplatforms laat volgens Natasha Singer zien hoe gemakkelijk een nuttige technologie tegelijk een commercieel ecosysteem kan worden. Voor Nederlandse en Belgische scholen is de praktische reactie niet om AI-onderwijs af te wijzen, maar om de volgorde scherp te houden: onderwijsdoelen, publieke waarden en professionele regie bepalen de inzet; leveranciers leveren hooguit één van de middelen.

_Beeld: The Verge; afbeelding bij het aangeleverde artikel._