Sluiten

Publieke AI voor scholen krijgt structureel geld

Kennisnet werkt met onderwijsorganisaties aan een publieke AI-voorziening voor het primair en voortgezet onderwijs. Het kabinet maakt daarvoor vanaf 2027 structureel geld vrij: 10,7 miljoen euro in 2027 en daarna 7,4 miljoen euro per jaar.

Dat is een nieuwe stap na eerdere verkenningen en politieke oproepen. Er is nog geen kant-en-klare onderwijs-AI beschikbaar, maar de ontwikkeling krijgt nu een plan, een technisch uitgangspunt en structurele financiering.

Wat er nieuw is

Kennisnet maakte de stap op 13 oktober 2026 bekend. De organisatie werkt samen met de onderwijssector en andere partners aan een plan van aanpak voor een voorziening die specifiek op het funderend onderwijs is gericht.

Een belangrijk onderdeel wordt een AI-hub: een technisch schakelpunt tussen toepassingen voor leraren en leerlingen en verschillende achterliggende AI-modellen. Scholen zouden zo niet vanzelf aan één model of leverancier vastzitten. De bijbehorende Kamerbrief is eveneens gedateerd op 13 oktober.

De precieze inrichting wordt nog onderzocht. Kennisnet zegt dus niet dat de voorziening al werkt, wanneer scholen kunnen aansluiten of welke modellen, functies en beheeropties beschikbaar komen.

De kansen

Een gezamenlijke voorziening kan voorkomen dat ieder schoolbestuur afzonderlijk leveranciers, contracten en technische koppelingen moet beoordelen. Dat is vooral relevant voor kleinere besturen met beperkte ict- en privacycapaciteit.

Een hub met meerdere modellen kan bovendien keuzevrijheid geven. Een school kan dan mogelijk per taak afwegen welk model past bij lesvoorbereiding, feedback, toegankelijk maken van teksten of leerlinggebruik. Centrale voorwaarden kunnen helpen bij gegevensbescherming, logging, leeftijdsgrenzen, beveiliging en het wisselen van leverancier.

Voor docenten kan zo'n beheerde omgeving praktischer zijn dan losse persoonlijke accounts. De voorziening levert echter pas onderwijskundige winst op als toepassingen aansluiten bij leerdoelen, begrijpelijk werken en voldoende tijd besparen om de menselijke controle te rechtvaardigen.

Publiek is niet automatisch veilig of goed

Een publieke voorziening is geen garantie voor correcte antwoorden, goede feedback of betere leerresultaten. Ook binnen deze omgeving kunnen modellen hallucineren, vooroordelen reproduceren of een leerling te snel het denkwerk uit handen nemen. Onafhankelijke evaluatie en zichtbare beperkingen blijven nodig.

Privacy hangt af van concrete keuzes: welke gegevens worden verwerkt, waar die worden opgeslagen, hoe lang logs blijven bestaan en of aanbieders invoer voor modeltraining mogen gebruiken. Voor leerlingdossiers, zorginformatie, vertrouwelijke casussen en niet-openbaar toetsmateriaal zijn strikte grenzen nodig.

Ook toetsing vraagt aparte afspraken. Een veilig technisch loket maakt AI-gebruik niet automatisch toegestaan bij iedere opdracht. Leerlingen moeten kunnen aantonen wat zij zelf begrijpen en gemaakt hebben. Scholen moeten daarom per leerdoel bepalen wanneer AI ondersteuning is, wanneer gebruik moet worden verantwoord en wanneer een taak zonder AI wordt uitgevoerd.

Toegang en afhankelijkheid

De structurele middelen maken ontwikkeling mogelijk, maar zeggen nog niets over de uiteindelijke capaciteit, ondersteuning of verdeling van kosten. Scholen met weinig tijd, apparaten of begeleiding mogen niet als laatste profiteren. Toegankelijkheid voor leerlingen met een beperking en bruikbaarheid in het Nederlands moeten vanaf het ontwerp worden getest.

Een hub kan afhankelijkheid van één leverancier verkleinen, maar creëert ook een nieuwe centrale afhankelijkheid. Daarom zijn open standaarden, dataportabiliteit, transparante modelkeuze, noodscenario's en een veilige uitstap belangrijk. Onderwijs moet door kunnen gaan wanneer een model, koppeling of de hele voorziening tijdelijk uitvalt.

Wat teams nu kunnen afspreken

  • Beschrijf eerst voor welke onderwijs- en organisatietaken een publieke voorziening werkelijk meerwaarde moet bieden.
  • Leg vast welke leerlinggegevens, toetsinformatie en vertrouwelijke casussen nooit zonder aanvullende waarborgen in een AI-systeem mogen.
  • Betrek docenten, leerlingen, privacyfunctionarissen, ict-beheerders en medezeggenschap bij pilots en inkoopcriteria.
  • Vraag om inzicht in gebruikte modellen, foutafhandeling, logging, beveiliging, toegankelijkheid en de procedure om van leverancier te wisselen.
  • Houd opdrachten en begeleiding uitvoerbaar voor leerlingen die geen AI kunnen of mogen gebruiken.
  • Test niet alleen tijdwinst, maar ook leereffect, extra controlewerk, foutpatronen en gevolgen voor kansengelijkheid.

De kern

De publieke AI-voorziening voor po en vo gaat van verkenning naar een structureel gefinancierde planfase. Dat geeft scholen uitzicht op meer gezamenlijke regie over modellen, data en voorwaarden, maar de concrete werking moet nog worden ontworpen en bewezen.

Onderwijsprofessionals hoeven daarom niet te wachten met beleid. Juist nu kunnen teams vastleggen aan welke pedagogische, technische en publieke voorwaarden de voorziening moet voldoen voordat zij er leerlingen en leraren mee laten werken.

_Beeld: Nationale Onderwijsgids; afbeelding bij een eerder bericht over publieke AI en regie in het onderwijs._