PISA 2025: AI voor schoolwerk hangt samen met lagere prestaties
De eerste PISA-resultaten waarin leerlingen naar hun gebruik van AI-chatbots voor schoolwerk zijn gevraagd, geven geen simpel pleidooi voor méér of mínder AI. Vijftienjarigen die AI niet gebruikten voor specifieke taken zoals samenvatten, vooronderzoek of teksten schrijven, haalden gemiddeld hogere scores voor natuurwetenschappen dan frequente gebruikers. Dat is relevant voor scholen, maar het bewijst niet dat AI-gebruik de lagere score veroorzaakt.
De OECD publiceerde de resultaten op 8 september 2026 in PISA 2025 Results (Volume I). De aangeleverde berichtgeving van Peoples Gazette vat dezelfde bevindingen samen, maar de OECD is de primaire bron voor de cijfers en methodologische nuance.
Wat er nieuw is
PISA 2025 vroeg leerlingen hoe vaak zij AI-chatbots gebruikten om een gelezen tekst samen te vatten, vooronderzoek te doen, teksten voor schrijfopdrachten te maken of te helpen bij het leren. De internationale analyse omvatte meer dan 760.000 vijftienjarigen in 91 landen en economieën.
Bij specifieke schooltaken scoorden leerlingen die AI niet gebruikten doorgaans hoger voor natuurwetenschappen dan leerlingen die AI wel gebruikten. Voor samenvatten en vooronderzoek deden gematigde gebruikers het gemiddeld beter dan zowel leerlingen die AI nauwelijks gebruikten als leerlingen die het dagelijks inzetten. Bij de algemene vraag of AI hielp bij het leren lag het patroon anders: leerlingen die AI wekelijks gebruikten, scoorden iets hoger dan leerlingen met weinig of geen gebruik.
De OECD noemt voor sommige vergelijkingen een verschil van 28 punten tussen niet-gebruikers en dagelijkse gebruikers bij het samenvatten van teksten, na correctie voor sociaaleconomische achtergrond. De onderliggende tabellen en definities staan in de volledige OECD-analyse. De Nederlandse landennotitie meldt dat 26 procent van de Nederlandse leerlingen AI vaak gebruikt om teksten voor schrijfopdrachten te maken; voor België ligt het aandeel leerlingen dat AI helemaal niet voor schoolwerk gebruikt op 10,2 procent volgens de OECD Education GPS.
Wat scholen hier wel uit kunnen halen
De uitkomsten ondersteunen een onderscheid dat in veel AI-afspraken nog ontbreekt: AI gebruiken om een antwoord of tekst te laten maken is iets anders dan AI inzetten om begrip op te bouwen. Een leerling kan een chatbot vragen om een begrip op verschillende manieren uit te leggen, een eigen redenering te bevragen of oefenvragen te maken. De leerwinst zit dan in de activiteit en in de controle, niet in het snel ontvangen van een eindproduct.
Voor docenten biedt het onderzoek een concrete aanleiding om opdrachten opnieuw te bekijken. Laat leerlingen bijvoorbeeld eerst zelfstandig een hypothese, samenvatting of oplossing maken. Daarna kan AI helpen om alternatieven te vergelijken, fouten te zoeken of een volgende oefenstap te kiezen. Vraag vervolgens om de gebruikte hulp, gecontroleerde bronnen en eigen wijzigingen kort toe te lichten.
Ook AI-geletterdheid hoort bij dit ontwerp. In PISA presteerden leerlingen die AI gebruikten en op school leerden om AI-informatie te beoordelen iets beter dan leerlingen die AI minder vaak of niet gebruikten. Dat wijst niet op een kant-en-klaar lesrecept, maar wel op het belang van expliciet oefenen met broncontrole, onzekerheid en het herkennen van overtuigende onzin.
Geen bewijs dat AI de score verlaagt
De OECD waarschuwt zelf dat de verbanden niet noodzakelijk betekenen dat AI-gebruik de prestaties negatief beïnvloedt. Leerlingen die AI gebruiken kunnen al verschillen in motivatie, voorkennis, ondersteuning, toegang tot betaalde tools of hulpzoekgedrag. Wie vastloopt, kan juist vaker AI openen. Een lagere gemiddelde score onder gebruikers kan daarom meerdere verklaringen hebben.
De cijfers zijn bovendien gebaseerd op zelfrapportage over gebruik en op een momentopname binnen een internationaal onderzoek. Ze zeggen niet welke prompts leerlingen gebruikten, of antwoorden correct waren, hoe opdrachten eruitzagen of wat leerlingen op langere termijn onthielden. De resultaten zijn dus geen rechtvaardiging voor automatische verboden, maar evenmin voor de gedachte dat iedere AI-hulp vanzelf leren verbetert.
Risico's voor toetsing, privacy en gelijke kansen
Als AI een tekst, samenvatting of oplossing grotendeels overneemt, wordt het eindproduct een zwakker bewijs van wat een leerling zelf begrijpt. Formatieve AI-hulp kan nuttig zijn, maar summatieve opdrachten moeten blijven aansluiten op het leerdoel. Denk aan tussenstappen, mondelinge toelichting, een korte klassikale toepassing of een nieuwe taak zonder AI.
Scholen moeten ook weten welke gegevens in een chatbot belanden. Namen, zorginformatie, toetsvragen, leerlingwerk en vertrouwelijke casussen horen niet zonder duidelijke grondslag en beheersafspraken in een publieke dienst. Een verbod kan weer ongelijke toegang versterken wanneer sommige leerlingen thuis betaalde of beter ingestelde tools gebruiken en anderen niet. Bied daarom een werkbare route zonder AI én duidelijke, gecontroleerde oefenmomenten met AI.
Wat teams nu kunnen afspreken
- beschrijf per opdracht of AI verboden, toegestaan of onderdeel van het leerdoel is;
- laat leerlingen onderscheid maken tussen uitleg, feedback, brononderzoek en het laten maken van werk;
- vraag om een korte verantwoording van AI-gebruik, bronnen en eigen keuzes;
- toets belangrijke kennis ook in een situatie waarin de leerling zelfstandig moet handelen;
- verzamel zo min mogelijk persoonsgegevens en controleer welke account- en bewaarbeperkingen gelden;
- bespreek de PISA-resultaten als verbanden, niet als bewijs dat AI-gebruikers lui zijn of AI niet-gebruikers altijd beter leren.
De kern
PISA 2025 laat zien dat leerlingen die AI voor specifieke schooltaken gebruiken gemiddeld niet beter presteren dan niet-gebruikers; doelgericht, gematigd gebruik om te leren vormt een belangrijkere nuance. Voor Nederlandse en Belgische scholen ligt de vraag daarom niet bij een algemene ja-of-nee-keuze, maar bij het ontwerp: welk denkwerk moet de leerling zelf doen, welke AI-hulp ondersteunt dat proces en hoe blijft controleerbaar wat er werkelijk is geleerd?