Sluiten

OECD bouwt aan AI-geletterdheid voor PO en VO

De OECD werkt aan een AI Literacy Framework voor het primair en voortgezet onderwijs. Het raamwerk moet scholen helpen bepalen welke AI-competenties leerlingen nodig hebben en hoe die kunnen worden verwerkt in lesmateriaal, standaarden en schoolbeleid.

Dat is belangrijk, omdat AI-geletterdheid meer is dan leren prompten.

Wat is AI-geletterdheid?

AI-geletterdheid betekent dat leerlingen begrijpen wat AI-systemen wel en niet kunnen. Ze leren dat AI voorspelt, fouten maakt, bias kan bevatten en afhankelijk is van data en ontwerpkeuzes.

Voor scholen betekent dit dat AI niet alleen bij informatica hoort. Het raakt taal, maatschappijleer, kunst, wetenschap, burgerschap en beroepsgerichte vakken.

Praktische scenario’s

Een goed raamwerk helpt om AI-geletterdheid concreet te maken. Niet alleen: "leerlingen kennen AI", maar bijvoorbeeld:

  • Een leerling kan AI-output controleren met bronnen.
  • Een leerling kan uitleggen waarom een AI-antwoord onbetrouwbaar kan zijn.
  • Een leerling kan verantwoord aangeven wanneer AI is gebruikt.
  • Een leerling begrijpt dat data invloed heeft op uitkomsten.

Relevantie voor Nederland en België

Digitale geletterdheid staat in veel scholen nog onder druk. Een internationaal raamwerk kan helpen om het gesprek te structureren en te voorkomen dat AI-onderwijs blijft hangen in losse tooldemo’s.

De kern is: leerlingen moeten niet alleen AI gebruiken, maar AI leren begrijpen.