NVAO zet generatieve AI op de agenda van het hoger onderwijs
De NVAO publiceerde begin 2026 een startverkenning over generatieve AI. Daarmee wordt duidelijk dat AI niet alleen een didactisch onderwerp is, maar ook raakt aan kwaliteitszorg, toetsing en accreditatie in het hoger onderwijs.
Voor hogescholen en universiteiten is dat belangrijk. Generatieve AI verandert hoe studenten schrijven, programmeren, onderzoeken, analyseren en reflecteren. Opleidingen moeten daarom explicieter maken hoe AI past binnen leeruitkomsten en beoordeling.
Instellingsbreed én opleidingsspecifiek
Een generiek AI-reglement is niet genoeg. Een opleiding journalistiek, rechten, verpleegkunde of informatica heeft andere risico’s en kansen. Toch is instellingsbreed beleid nodig om basisafspraken te maken over privacy, toetsing, brongebruik en transparantie.
De NVAO wijst op het belang van concrete richtlijnen en een integrale benadering. Dat betekent dat AI niet alleen bij ICT of examencommissies hoort, maar ook bij curriculumcommissies, docenten, studenten en kwaliteitszorg.
Wat verandert er voor docenten?
Docenten in HBO en WO moeten duidelijker maken wanneer AI mag worden gebruikt en hoe studenten dat moeten verantwoorden. Ook moeten opdrachten vaker ontworpen worden vanuit het leerproces, niet alleen vanuit het eindproduct.
Voorbeelden:
- Studenten laten beschrijven welke AI-hulp zij gebruikten.
- Mondelinge verdediging toevoegen aan schriftelijk werk.
- AI-output laten beoordelen op betrouwbaarheid.
- Authentieke casussen gebruiken die om eigen analyse vragen.
Van incident naar ontwerpvraag
De boodschap is helder: generatieve AI is geen tijdelijk fraudeprobleem, maar een ontwerpvraag voor het hoger onderwijs.