Sluiten

Kamermeerderheid wil generatieve AI verbieden in basisonderwijs

De Tweede Kamer wil dat het kabinet in het regieplan digitalisering uitwerkt hoe het gebruik van generatieve AI door leerlingen in het basisonderwijs kan worden verboden. Dat is de strekking van een motie van Volt en CDA die op 29 oktober door een brede Kamermeerderheid werd gesteund.

Voor basisscholen is dat een belangrijk politiek signaal, maar nog geen direct verbod. De regering moet het voorstel nog verwerken in beleid en de precieze reikwijdte moet nog worden uitgewerkt.

Wat er nieuw is

De motie vraagt om ten minste een verbod op het gebruik van generatieve AI door leerlingen in het primair onderwijs. De indieners noemen de ontwikkeling van kritisch denken, creativiteit en verbeelding als reden om terughoudend te zijn. Tien fracties steunden het voorstel; samen vertegenwoordigen zij 88 van de 150 zetels.

In het Kamerdebat benadrukte staatssecretaris Judith Tielen dat AI in het funderend onderwijs ondersteunend moet zijn aan leren en geen vervanging mag worden voor leren. Het kabinet werkt aan een regieplan digitalisering en wil daarin ook richtlijnen voor AI-gebruik op de basisschool opnemen. De officiële weergave van het Kamerdebat maakt duidelijk dat het om een politieke opdracht gaat, niet om een al geldende wettelijke maatregel.

Wat dit betekent voor scholen

Scholen krijgen waarschijnlijk meer richting bij de vraag wanneer leerlingen zelf met chatbots en andere generatieve toepassingen mogen werken. Voor leraren blijft ruimte om AI te gebruiken bij lesvoorbereiding of om materiaal te maken, zolang de afspraken voor leerlingen en de menselijke regie helder blijven.

Het voorstel sluit aan bij een bredere discussie over basisvaardigheden. Leerlingen moeten eerst leren lezen, schrijven, rekenen en zelf redeneren. Tegelijk blijft digitale geletterdheid onderdeel van goed onderwijs: kinderen moeten ook leren wat AI doet, welke fouten het maakt en welke belangen achter een dienst kunnen zitten.

De spanning tussen beschermen en leren omgaan met AI

Een verbod kan rust geven bij opdrachten waarbij zelfstandig denken en oefenen centraal staan. Het kan ook voorkomen dat leerlingen zonder inzicht gegenereerde antwoorden inleveren. Daar staat tegenover dat een te breed verbod verschillen tussen thuis en school kan vergroten en leerlingen minder gelegenheid geeft om veilig, begeleid en kritisch met AI te leren omgaan.

Ook voor toetsing is de afbakening belangrijk. Een regel voor het gebruik van een chatbot door een leerling is iets anders dan het gebruik van AI door een leraar bij voorbereiding, feedback of differentiatie. Scholen moeten daarom niet alleen vragen welke tool verboden is, maar vooral welke leeractiviteit beschermd moet worden en welk bewijs van eigen werk nodig is.

Wat teams nu kunnen afspreken

  • Maak onderscheid tussen AI-gebruik door leerlingen en AI-gebruik door medewerkers.
  • Leg vast bij welke opdrachten zelfstandig lezen, schrijven, rekenen en redeneren het leerdoel zijn.
  • Gebruik geen leerlinggegevens of vertrouwelijke informatie in onbeheerde AI-diensten.
  • Bespreek met ouders en leerlingen wat een mogelijk landelijk kader wel en nog niet betekent.
  • Houd de uitwerking van het regieplan en de aangekondigde richtlijn voor het basisonderwijs bij voordat je een tijdelijk schoolverbod definitief maakt.

De kern

De Tweede Kamer heeft een duidelijke politieke richting gekozen: generatieve AI door leerlingen in het basisonderwijs moet mogelijk worden beperkt of verboden. Voor scholen verandert vandaag nog geen wettelijke regel; de komende beleidsuitwerking bepaalt of, voor wie en op welke momenten een verbod gaat gelden.