Sluiten

Grote studie nuanceert beeld van AI-fraude

Een grote Britse studie nuanceert het beeld dat studenten generatieve AI massaal en bewust gebruiken om regels te omzeilen. Van de 6.610 ondervraagde studenten gebruikte 68 procent AI voor de studie, terwijl 32 procent aangaf dat niet te doen. Onder de AI-gebruikers zei 56 procent de technologie nooit te gebruiken wanneer dat niet was toegestaan.

Dat is geen bewijs dat AI-fraude een klein probleem is. Dertig procent van de gebruikers meldde AI soms toch in te zetten wanneer dat niet mocht, en ruim 14 procent deed dat ongeveer de helft van de tijd of vaker. De studie laat vooral zien dat studentgedrag minder zwart-wit is dan de tegenstelling tussen "iedereen gebruikt AI" en "AI is vooral een manier om vals te spelen".

Times Higher Education berichtte op 11 juli 2026 over de resultaten. Voor onderwijsprofessionals in Nederland en België zijn die relevant voor MBO, HBO en WO, omdat ze raken aan toetsing, AI-beleid, taalondersteuning, privacy en gelijke toegang.

Wat de onderzoekers hebben gedaan

Het StudentXGenAI-project verzamelde tussen september en december 2025 antwoorden bij zeven universiteiten in Engeland, Schotland en Noord-Ierland. Na het verwijderen van onvolledige, te snel ingevulde en onderling tegenstrijdige reacties bleven 6.610 antwoorden over. Volgens de onderzoekers is dit de grootste Britse, universiteitsbrede enquête over AI-gebruik door studenten tot nu toe.

De onderliggende preprint is op 3 juli gepubliceerd en nog niet door vakgenoten beoordeeld. Bovendien gaat het om zelfrapportage: studenten kunnen hun gedrag te gunstig of juist te streng voorstellen. De cijfers zijn daarom geen fraudemeting, maar een groot en bruikbaar beeld van wat studenten zelf zeggen te doen, vertrouwen en vermijden.

Niet iedereen gebruikt AI

Van de respondenten gebruikte 68 procent generatieve AI voor studiedoeleinden. De overige 32 procent bestond volgens de onderzoekers niet alleen uit late gebruikers, maar ook uit bewuste weigeraars met zorgen over leren, ethiek, privacy en milieu.

Dat is belangrijk voor onderwijsbeleid. Een opdracht waarin AI-gebruik stilzwijgend wordt verondersteld, kan studenten benadelen die de technologie niet willen gebruiken. Andersom werkt een algemeen verbod slecht voor studenten die AI inzetten voor uitleg, vertaling, toegankelijkheid of het overwinnen van een blokkade.

Het gebruik verschilde bovendien per groep. Internationale studenten die thuis geen Engels spraken, gebruikten AI relatief vaak: 32 procent dagelijks en 34 procent wekelijks. Dat kan wijzen op waardevolle taalsteun, maar ook op een onderwijsomgeving waarin sommige studenten AI nodig denken te hebben om dezelfde taaldrempel te overbruggen.

Wat studenten zeggen over verboden gebruik

De onderzoekers vroegen niet of studenten "fraudeerden", maar of zij AI gebruikten voor een deel of het geheel van een beoordeling wanneer dat niet was toegestaan. Onder de 4.480 AI-gebruikers antwoordde:

  • 56 procent: nooit;
  • 30 procent: soms;
  • 7 procent: ongeveer de helft van de tijd;
  • 7,3 procent: meestal of altijd.

De onderzoekers beschrijven het grootste deel van de gebruikers daarom als studenten die een ethische snelweg zoeken, niet als studenten die het leren volledig willen omzeilen. Snelheid was de belangrijkste motivatie: 65 procent zei dat AI taken veel sneller maakt, 57 procent gebruikte het om weer verder te komen wanneer zij vastliepen en 55 procent om taken makkelijker te maken.

Tegelijk vertrouwden studenten de technologie niet blind. Van de gebruikers was 51 procent negatief over de nauwkeurigheid van AI-antwoorden, terwijl 76 procent juist vertrouwen had in de eigen vaardigheid om met prompts de gewenste uitkomst te krijgen. Dat verschil is een risico: iemand kan goed zijn in het sturen van een systeem zonder goed te kunnen beoordelen of de uitkomst waar is.

Studenten leren het vooral zelf

De studie bevat ook een ongemakkelijk signaal voor instellingen. Studenten leerden AI vooral gebruiken via proberen en fouten maken, internetzoekopdrachten en AI-tools zelf. Workshops en online materialen van de universiteit waren de minst gebruikte leerbronnen. Van de studenten die zulke instellingsbronnen wel gebruikten, vond slechts ongeveer de helft de workshops behulpzaam en beoordeelde meer dan een vijfde de workshops of online bronnen als onbehulpzaam.

Als studenten de regels onduidelijk vinden en de techniek vooral buiten de instelling leren, verschuift AI-gebruik naar persoonlijke accounts. In de studie betaalde 87 procent van alle respondenten niet voor AI voor studiedoeleinden; de onderzoekers signaleren dat gratis persoonlijke accounts populairder waren dan aangeboden instellingsdiensten. Dat kan de grip op privacy, gegevensverwerking en toegangsverschillen verkleinen.

Kansen voor de onderwijspraktijk

De cijfers geven instellingen aanknopingspunten om AI-gebruik beter te begeleiden:

  • leg per opdracht uit welke AI-hulp wel en niet past bij het leerdoel;
  • laat studenten AI-gebruik en belangrijke menselijke keuzes kort verantwoorden;
  • ontwerp taalondersteuning die anderstalige studenten helpt zonder hun eigen stem of schrijfvaardigheid over te nemen;
  • bied een beheerde en privacybewuste route wanneer AI didactisch is toegestaan;
  • betrek studenten bij beleid, omdat zij verschillen tussen vakken en docenten direct ervaren;
  • beoordeel waar nodig ook proces, tussenstappen en mondelinge toelichting.

Een open gesprek kan bovendien meer opleveren dan een sfeer van verdenking. Als studenten verwachten dat elk gemeld gebruik automatisch tot een fraudeonderzoek leidt, zullen zij juist minder vertellen over hoe AI hun leerproces beïnvloedt.

De risico's blijven reëel

De studie maakt verboden gebruik niet onbelangrijk. Bijna één op de zeven AI-gebruikers meldde de technologie ongeveer de helft van de tijd of vaker te gebruiken wanneer dat niet mocht. Ook "soms" kan bij een belangrijke toets of beroepsopdracht grote gevolgen hebben.

Daarnaast kunnen persoonlijke accounts leiden tot het delen van persoonsgegevens, toetsmateriaal, onderzoeksdata of vertrouwelijke stagecasussen. Betaalde modellen en functies kunnen verschillen in kwaliteit en mogelijkheden versterken. En wanneer AI vooral wordt gebruikt om sneller klaar te zijn, kan efficiëntie ten koste gaan van lezen, schrijven, oefenen en zelfstandig redeneren.

Voor docenten en examencommissies betekent dit dat alleen een verbod of detector niet genoeg is. Nodig zijn heldere verwachtingen, uitvoerbaar toetsontwerp en een gesprek over wat de student zelf moet kunnen uitleggen, verdedigen en toepassen.

De kern

De Britse studie laat geen geruststellend of alarmerend eindantwoord zien. Zij laat wel zien dat studentgebruik van AI uiteenloopt: een aanzienlijke groep gebruikt geen AI, de meeste gebruikers zeggen regels meestal te volgen en een kleinere maar relevante groep gebruikt AI bewust wanneer dat niet mag.

Voor Nederlandse en Belgische onderwijsinstellingen is de praktische les helder: ga niet uit van universeel gebruik, maar ook niet van vanzelfsprekende eerlijkheid. Maak per leerdoel duidelijk welke ondersteuning past, bied veilige alternatieven en ontwerp beoordeling zo dat eigen denken zichtbaar blijft.